“Ik geloof het niet”

“Ik geloof het niet”, zei heer Ollie zorgelijk. “Het is jullie eigen schuld bedoel ik. Ik geloof dat jullie er alleen uit kunnen komen als je het bos met rust wilt laten. Dat geloof ik.” – Marten Toonder (1971) De Kwinkslagen. De auteur sloeg de spijker op de kop. Veel van de problemen nu, komen voort uit de grootschalige ontbossing. 

Wordt COP26 Glasgow een keerpunt met de beloften om een einde aan de ontbossing te maken? Een concrete en handhaafbare route, met harde afspraken en contracten met de werkelijke spelers op het veld, ontbreekt echter. 

Het rapport 2021 Must Be a Turning Point for Forests. 2020 Data Shows Us Why door het op 31 maart gepubliceerde World Resources Institute, herinnert ons aan de harde noodzaak. De cijfers spreken boekdelen, de ontbossing is omvangrijk. 

Meer dan 12 miljoen hectare in de tropen ging verloren in 2020, volgens University of Maryland. Vooral alarmerend, het bevat 4.2 miljoen hectare van ongerept oorspronkelijk tropisch regenwoud, een gebied zo groot als Zwitserland of Nederland. Het verlies betekent een verdere verdieping van de crisis voor met name klimaatstabiliteit en bescherming van de biodiversiteit.

Composition VIII: De expressiekracht van Wasilly Kandinsky

Wasilly Kandinsky

Het publieke domein kan worden beschouwd als het stedelijk canvas dat plaats biedt aan een samenspel van burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties, overheden en de omringende omgeving. Of ook als de dynamiek van rijk geschakeerde beelden en geluiden. 

De dynamiek van het publieke domein zou in ‘Composition VIII’ door Wassily Kandinsky in 1923 tot leven kunnen zijn gebracht. Hij was er in zijn wezen op gericht een abstracte taal te ontwikkelen die sterke emoties kon oproepen net zoals de muziek dat kon doen: “Form itself, even if completely abstract … has its own inner sound,” schreef hij.

Kandinsky was op zoek naar een universele harmonieleer in de visuele kunsten, dat aan de basis van elk werk zou moeten liggen. Een haast mystiek geloof dat werd versterkt door overtuigende innerlijke kracht van de schilder: “Color is the keyboard, the eyes are the hammers, the soul is the piano with many strings. The artist is the hand that plays, touching one key or another purposely, to cause vibrations in the soul.” (Kandinsky in Thornwillow republication)

Composition VIII (1923) Wassily Kandinsky

Bibliografie

Kandinsky, V. (2013) Effect of Color. Newburgh, NY: Thornwillow Press. A republication of Kandinsky, V. (1911) Concerning the Spiritual in Art.

De Dapperstraat

Natuur is voor tevredenen of legen.
En dan: wat is natuur nog in dit land?
Een stukje bos, ter grootte van een krant.
Een heuvel met wat villaatjes ertegen.

Geef mij de grauwe, stedelijke wegen,
De in kaden vastgeklonken waterkant,
De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand
Door zolderramen, langs de lucht bewegen.

Alles is veel voor wie niet veel verwacht.
Het leven houdt zijn wonderen verborgen
Tot het ze, opeens, toont in hun hoge staat.

Dit heb ik bij mijzelve overdacht,
Verregend, op een miezerige morgen,
Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.

* Bloem, J.C.1947, gedicht uit bundel: ‘Quiet though sad’

Ode aan Nine

Daar ben je, Nine. Je bent vandaag geboren. Deze ochtend, bij het aanbreken van deze prachtige en zonnige dag, ben jij op de wereld gekomen. Morgen houd ik je in mijn armen. Je komst gaat vergezeld met de waardige klanken van The Arrival of the Queen of Sheba, dit pareltje van Georg Friedrich Händel. Daar komt iemand binnen! Dit ben jij, zo rustig, zo in balans, zo gracieus. Welkom, Nine. Een ode aan jou.

De ontdekking van de natuur

Hans Mulder

Hoogtepunten uit de natuurlijke historie
Vanaf de vroege zestiende eeuw verschenen er in Europa steeds meer studies waarin dieren en planten ‘naar het leven’ werden beschreven en verbeeld. In de daaropvolgende eeuwen werd het onderzoek naar de natuurlijke wereld verdiept en werd de kunst om die wonderbaarlijke natuur af te beelden geperfectioneerd. 

In De ontdekking van de natuur vindt u twintig prachtige en rijk geïllustreerde verhalen over vogels, insecten, bacteriën, draken en nog veel meer. De beschreven ontdekkingen zijn doorspekt met anekdotes over de bijzondere mannen en vrouwen die er tussen 1500 en 1900 voor hebben gezorgd dat wij het leven om ons heen en dat van onszelf zoveel beter begrijpen. Lees over de draak die in 1572 op een akker bij Bologna werd verslagen, over Van Leeuwenhoek, die met behulp van de door hemzelf gemaakte microscoop bacteriën in zijn eigen tandplak ontdekte. Of over hoe de jonge Charles Darwin tijdens zijn reis met de Beagle inzichten kreeg die de basis legden voor zijn evolutieleer.

Hans Mulder is opgeleid als historicus en werkt als conservator natuurlijke historie van het Allard Pierson, de collecties van de Universiteit van Amsterdam. Hij publiceert over de geschiedenis van het boek en over hoe in de westerse samenleving de kijk op de natuur in de loop der tijd veranderde. Onderwerpen waarover hij ook doceert aan de UvA. Veel van de belangrijkste natuurhistorische handschriften, gedrukte boeken, tekeningen en aquarellen die Mulder in dit boek heeft gebruikt, zijn te vinden in de Artis Bibliotheek, onderdeel van het Allard Pierson.

Uitgever: Terra

Nu ga ik er eens op uit

De natuurkenner Jac. P. Thijsse (1865‒1945) geldt als een fenomeen. Behalve als voorvechter van de natuurbescherming in Nederland werd hij beroemd dankzij de Verkade-albums, die bedoeld waren het grote publiek de liefde voor de natuur bij te brengen. Dat Thijsse ook een dagboek bijhield, is echter nauwelijks bekend.

Nu ga ik er eens op uit bevat de twee oudste en boeiendste dagboekdelen, die de jaren 1884‒1887 en 1894‒1898 beslaan. Thijsse is dan als jonge onderwijzer werkzaam in Amsterdam en vult zijn vrije tijd met lange wandelingen, nabij en in de stad, de Kennemerduinen, maar ook tussen Amsterdam en het Gooi.

De dagboeken van Thijsse zijn echte natuurdagboeken. Anders dan een ‘gewoon’ dagboek, gaan ze niet over de dagelijkse beslommeringen, maar over allerlei planten en het doen en laten van de dieren die Thijsse observeerde tijdens zijn wandelingen. Zijn observaties vulde hij aan met prachtige schetsen en opmerkingen over het weer en het omringende landschap.

Met Nu ga ik er eens op uit verschijnen de oudste natuurdagboeken van Nederland voor het eerst. Deze uitgave is zeer rijk geïllustreerd met Thijsses eigen tekeningen, en met facsimile’s van schitterend kleurenmateriaal uit later werk, gedetailleerde kaarten van de Kennemerduinen, het Vondelpark en andere geliefde plekken.

Het perspectief van de woestijn

Kruf, J.P. (2003). Het perspectief van de woestijn. Namibië, Sossusvlei.

Door Jack Kruf

Als het spannend wordt, worden de scenarioanalyses opnieuw van stal gehaald. Zij zijn zo oud als de weg naar Rome. De populariteit ervan indiceert dat er iets aan de hand is, dat de bestaande beleidscycli blijkbaar niet meer functioneren. Publieke organisaties en hun koepels, met een select clubje van adviesbureaus slaan thans de trom van dit ‘nieuwe’ denken met bijbehorende modellen, sessies en programma’s. Wij willen en moeten weer over de horizon kunnen heenkijken, verder en als het even kan in back to the future-stijl.

Er zijn twee mogelijkheden, wij gaan het zelf allemaal bedenken – elke gemeente en provincie voor zich -, of wij hanteren interpolaties van bestaande kennis en ervaringen die wereldwijd verzameld zijn. Het eerste is een te lange en daarmee te langzame weg, Er is niet veel tijd. De tweede is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Waar zijn deze exact te vinden? Zijn de data betrouwbaar, van wie zijn zij het eigendom, wat is het verdienmodel?

Is er ergens een kennisbank met hoogwaardige en gecureerde kennis over de staat van mijn stad?

Waar zijn de experts die iets zinnigs kunnen zeggen over wat mogelijke scenario’s kunnen zijn als wij zo doorgaan of ook als wij plotseling ons gedrag veranderen? Meteorologen? Zou kunnen. Controllers, accountants of auditors? Zeker niet, zij kijken met name naar waar wij vandaan komen en weten ook niet waar wij naar toegaan. Burgemeesters, wethouders, gemeentesecretarissen, ministers, gedeputeerden? Allemaal druk, druk, druk met de eigen portefeuille, positie of agenda. Of wetenschappers wellicht? Maar welke dan en welke zeker niet? Strategen en beleidsmakers. Ja, zou kunnen. Maar krijgen zij voldoende ruimte van hun politiek gestuurde of sturende bestuurders?

Dit wordt een zoektocht op zich, naar hoe het werkelijk is in de leefwereld, want kennis hoe het zou kunnen of moeten – vaak ontwikkeld in de systeemwereld – is in de praktijk niet echt bruikbaar. Waar vinden wij de kennis met betrekking tot perspectieven en scenario’s van buiten de kloostermuren, van buiten onze eigen stadswallen? Ik weet er één in elk geval: David Attenborough, die het aandurft om scenario’s te beschrijven.

Ik weet dat de Secretario del Ayuntamiento de València mij 12 jaar vertelde dat de zomers in zijn stad al decennialang warmer en warmer werden (“Muy caliente!”), dat de watervoorraden voor inwoners en bedrijven steeds meer onder druk kwamen, het leven in de stad daarom meer en meer precair aan het worden was, Hij vond, dat significante oprukking van de woestijn toch echt een scenario voor Valencia was, één om terdege rekening mee te houden en om op in te gaan spelen.

Sprekend over resilience van de stad Valencia: “Het is het aan de ingenieurs, sociologen, antropologen en bestuurskundigen om in een onderling hechte samenwerking daadwerkelijk dit scenario te vermijden”, zo was zijn betoog en hij vervolgde “alleen een integrale benadering zal succesvol kunnen zijn.” Ik denk wijze woorden, omdat regeren immers vooruitzien is. De woestijn is mooi, maar niet een gewild perspectief voor een prachtige stad als Valencia.

Ode aan het bosberaad

Kruf, J.P. (2014). Het Bosberaad.

Door Jack Kruf

Dit groepje bomen is over van wat eens een groot en vooral wijs bos was. Een verlaten groepje dat mijn aandacht trok. Zij zijn de laatst overgeblevenen, restanten en als zodanig onderdeel van een (zwaar uitgedund) bosberaad.

De bomen spraken over hoe zij nu toch definitief het pad wilden terugvinden naar waar zij thuishoorden, het bos, hun bos. Een verwoede poging, zo meende ik te ontwaren. Protest ook.

Ik liep even naast Frodo en Sam in het Oude Bos en droomde over de trots en gewortelde wijsheid van de bomen:

“As they listened, they began to understand the lives of the Forest, apart from themselves, indeed to feel themselves as the strangers where all other things were at home. […] Tom’s words laid bare the hearts of trees and their thoughts, which were dark and strange, and filled with a hatred of things that go free upon the earth, gnawing, biting, breaking, hacking, burning: destroyers and usurpers. It was not called the Old Forest without reason, for it was indeed ancient, a survivor of vast forgotten woods; and in there lived yet, ageing no quicker than the hills, the fathers of the fathers of trees, remembering times when they were lords. The countless years had filled them with pride and rooted wisdom, and with malice.” – Tolkien (1954).

Ik breng een stille ode aan dit bosberaad.

De kunst van samenwerken

Door Jack Kruf*

“Samenwerken was al de sleutel tot succes, maar met de huidige grote maatschappelijke veranderingen wordt het een strategische noodzaak, omdat ook het systeem van besturing zelf aan het veranderen is.”

De afgelopen jaren is onder mijn leiding door PRIMO Europe nauwgezet geïnvesteerd in dialoog, diagnose en didactiek om het kennisgoed op het gebied van samenwerken te beoefenen en te bevorderen. Het heeft geleid tot de ontwikkeling van een educatieprogramma voor de top van lokale en regionale publieke organisaties. Een programma waar inhoudelijke expertise, besturingskracht en organisatievermogen elkaar kunnen ontmoeten. Daarmee migreerde de vereniging van haar focus op risicomanagement naar dat van scenario-denken, co-creatie, design-denken en de architectuur van bestuur en navigatie met betrekking tot publieke waarden. Lees meer

*Een bijdrage in VIEWZ met als ondertitel: een strategische noodzaak in tijden van systeemverandering.

Vier stappen voor verbetering publieke organisaties

Bouko de Groot | Financieel Management

“Nieuwe vormen van financial engineering zijn harde noodzaak,” Jack Kruf, PRIMO, over strategie en aanpak van vraagstukken voor openbaar bestuur.

De grote transities die momenteel tegelijkertijd plaatsvinden vormen de grootste uitdaging voor CEO’s en CFO’s, zo bleek uit een recent onderzoek onder leden van PRIMO, de internationale Public Risk Management Organisation. Drie van die transities zijn digitale transformatie, klimaatverandering en circulaire economie. “Bij PRIMO richten we ons op publieke risico’s, dat zijn risico’s voor en in de samenleving. Daarom hebben wij een goed beeld hiervan, omdat wij intensief samenwerken met topmanagers vanuit de praktijk. Wij weten wat gemeenten bezighoudt en wat er speelt in de samenleving,” zegt Jack Kruf, directeur President PRIMO Europe.

Hij constateert dat de publieke risico’s van die grote transities aanzienlijk zijn. Om die te managen is geld nodig. Geld dat er niet is. Althans bij de overheid minder, omdat schulden toenemen, reserves niet of nauwelijks meer groeien, innovatie tot stilstand komt en steeds meer geld naar ‘gaten dichtlopen’ gaat. Nederlandse gemeenten moeten een ratio van weerstandsvermogen hebben van 1, maar landelijk bekeken en afgezet tegen wat nodig lijkt 0.25 , zo blijkt uit de discussie binnen de Denktank PRIMO/BNG Bank, waarbij de landelijk ingeschatte risico’s ten gevolge van komende transities zijn afgezet tegenover de beschikbare reserves en vermogens.

Financieel gaat het niet goed. “Het probleem is dat transities lange lijnen van 15 tot 30 jaar nodig hebben, terwijl politici komen en gaan in perioden van 4 jaar. Zij kijken vooral naar de korte termijn, bovendien verschuiven de bestuurlijke doelen steeds. Bedenk daarbij dat een gemeente eigenlijk meer dan 300 ‘producten’ heeft, dan snap je hoe groot de uitdaging is in het managen van publieke risico’s.” Te groot voor veel, want de solvabiliteit van een boel gemeenten is zo laag, dat zij niet meer kunnen investeren in de grote, noodzakelijke veranderingen, zoals de circulaire economie, de waterhuishouding of de stikstofcrisis.

“Groningen bijvoorbeeld zit maar rond de 10 procent, die staan financieel met de rug tegen de muur. Dat is eigenlijk onacceptabel bezien vanuit de opgaven die voor ons liggen. Als het een bedrijf zou zijn, zou het zo failliet zijn. Dat geldt voor veel gemeenten, die krapte.” De gemeenten zijn min of meer zelf mede-schuldig aan het veroorzaken van dit probleem. “Het rijk wilde bezuinigen en bracht tegelijkertijd het sociale domein naar de gemeenten. Dat hadden ze nooit moeten accepteren. De Rekenkamer gaf in 2014 nog aan dat de gemeenten er niet klaar voor waren. Toch gingen zij akkoord. Nu zitten velen met serieuze begrotingstekorten. En dan is er gewoon geen geld meer voor andere beleidsterreinen. “

Nieuwe aanpak voor gemeenten
Kruf roept daarom gemeenten op tot een nieuwe financiële investeringsaanpak. “We moeten de financiële strategie opnieuw uitlijnen en wel op basis van het eerlijke gesprek. Wat zijn de opgaven en wat de belangrijkste risico’s? En vooral, hoe gaan we die financieel aanpakken? Hun financieel management moet gemoderniseerd worden, nieuwe financieringscontstructen liggen voor de hand met vormen van co-creatie en co-engineering. Dat is de opgave voor de komende 10, 15 jaar. Financiering die nieuwe publieke waarde kan creëren en de sustainable goals kan borgen.

We moeten daarbij nieuwe elementen gaan toevoegen, en het vak financial engineering verbinden met de boeg van het schip. Werken van de machinekamer volstaat niet meer. Innovaties vragen om nieuwe allianties in financieel management. Het zal een omwenteling vragen in denken en handelen. Van rechtmatigheid en doelmatigheid als eerste zorg, naar doelgerichtheid en effectiviteit met ondernemerschap, goede contracten en vooral moderne vormen van financiering. Tijd voor vernieuwing.”

Kruf heeft vier hoofdpunten voor een verbeterde aanpak bij openbare organisaties:

  • De financieel verantwoordelijke wethouder is aan zet om de feiten op tafel te brengen. Met CEO, CFO en concerncontroller is hij of zij aan zet om een haalbare en implementeerbare strategie te ontwikkelen.
  • Daarbij moet open en transparant duidelijk gemaakt worden wat er echt nodig is voor de komende 10-15 jaar.
  • Vervolgens moet duidelijk worden met welke langlopende contracten, investeringen en partijen in de markt dat gerealiseerd kan worden.
  • En er moet inzicht komen welke partijen nodig zijn om dat te bereiken.

PRIMO definieert risico als de potentiële schade aan iets waar wij waarde aan hechten. Niet handelen leidt tot aantasting van publieke waarden zoals veiligheid en leefbaarheid. Het nieuws toont ons dat de publieke risico’s fors toenemen en gemeenten aan zet zijn zich financieel te herpakken.