Over Jack Kruf

Chairman Civitas Naturalis Foundation, Forest Ecology and Social Psychology Wageningen University (cum laude). Officer in the Order of Orange Nassau.

Le Sacre du Printemps

Het Nationaal Ballet voerde 100 jaar na de première de Ouverture uit onder choregrafie van Shen Wei en David Dawson.

Door Jack Kruf

Het is lente. Hoewel, het sneeuwt al twee dagen. Het is vandaag 50 jaar geleden dat Igor Stravinsky is overleden. Ik luister deze altijd naar Le Sacre du Printemps (De Lentewijding, 1913). Het geldt als één van de meest revolutionaire werken van de 20e eeuw. De kracht van de ontwaking van de natuur kan niet beter worden uitgedrukt, zeker op 3′ 34″. De première vond plaats op 29 mei 1913 in het Théâtre des Champs-Élysées te Parijs. De zaal dacht: “Wat is dit?”.

Het muziekstuk is, in tegenstelling tot de westerse traditie tot dan toe, gebaseerd op een strakke en dominante ritmische complexiteit. Tot deze avond diende het ritme om de muziek meer vorm en body te geven en niet andersom.

Op deze dag introduceerde Igor Stravinsky nieuwe concepten en sloeg in harmonisch opzicht nieuwe wegen in. Zowel de dansers van het ballet als de orkestleden hadden moeite met de ongewone ritmische accenten en de vele maatwisselingen. Voor sommige instrumenten had Stravinsky de partituur in een ongebruikelijk register geschreven, waardoor sommige zelfs praktisch onherkenbaar waren. Het duidelijkst is dat bij de fagotsolo waar het stuk mee opent. Zelfs kenners van de fagot dachten dat het een klarinet was. Muzikaal dus vernieuwend in velerlei opzicht. Dat gold zeker ook voor het door de legendarische Russische balletdanser Vaslav Nijinsky gechoreografeerde ballet.

De première veroorzaakte in 1913 een enorme rel. De toeschouwers overstemden de atonale, dissonante en ongebruikelijk ritmische compositie die Stravinsky voor de choreografie maakte. Het orkest kon niet verder spelen en de voorstelling moest worden onderbroken.

Wat is het Le Sacre du Printemps van 2019? Wat is nu het monument dat we nog niet zien. Welke vernieuwing van nu wordt verworpen als extreem, vreemd of niet passend? En zal blijken over 100 jaar een innovatie van de eerste orde te zijn geweest. Het is altijd spannend dit onszelf af te vragen en het heden door de bril van straks te beschouwen. De tijdmachine van Professor Barabas is nog niet zó doorontwikkeld dat we vooruit in de tijd kunnen reizen om het beeld van nu te ontdekken.

De goede voorouder

Lange termijn denken voor een korte termijn wereld
Onder alle grote problemen waar de wereld mee worstelt, ligt één kraakheldere oorzaak: we denken alleen aan de korte termijn. In dit urgente en praktische filosofieboek De goede voorouder breekt bestsellerauteur Roman Krznaric het debat hierover open. Hij beschrijft de geschiedenis van dit kortetermijndenken en schetst hoe we verder kunnen kijken dan onze eigen generatie lang is. Krznaric beschrijft een nieuwe manier.

De grote problemen van onze tijd gaan allemaal terug op één ding: we denken alleen aan de korte termijn. Dat denken koloniseert de toekomst. Je ziet het in het bedrijfsleven, de politiek en het persoonlijk leven. Zo ontstaat steeds meer ongelijkheid tussen bevolkingsgroepen en nemen existentiële dreigingen toe. We staan aan de rand van de afgrond.

Toch is er hoop, volgens Roman Krznaric. Om goede voorouders te worden moeten we onder meer onze economie en politiek radicaal omvormen – een enorme opgave. Maar onder die ambitieuze doelen ligt iets wat we zelf kunnen doen: onze kortzichtigheid inruilen voor langetermijndenken. Krznaric onthult zes praktische manieren om onze hersenen hierin bij te scholen. Dan verschuiven we de loyaliteit van onze eigen generatie naar de hele mensheid, en kunnen we onze planeet en onze toekomst redden. De belangrijkste vraag die we onszelf moeten stellen is: ‘Zijn we een goede voorouder?’.

De originele editie The Good Ancestor: How to Think Long-Term in a Short-Term World vind je terug op de website van de auteur en bevat achtergrondinformatie, indexes en videomateriaal.

Bibliografie
Krznaric, R. (2020) The Good Ancestor: How to Think Long-Term in a Short-Term World. New York: The Experiment. Link

Krznaric, R. (2021) De goede voorouder: Lange termijn denken voor een korte termijn wereld. Utrecht: VBK Media | Uitgeverij Ten Have. Link

De Oriënt Express

Orient Express

Poster van de Oriënt-Express 1888.

Door Jack Kruf

Het verhaal van de Oriënt Express*. Zij kan dienen als een krachtige beeldspraak voor de nieuwe architectuur van publiek risicomanagement, zeker als het gaat om het ontwerp, de inrichting en het management van majeure vraagstukken.

Het concept blinkt uit in eenvoud en verbinding. Het is een all-in one: trein, reis, prijs én tracé. Bovendien met unique selling points: “Service Rapide,  Sans Changement de Voitures et Sans Passeport entre…”

Het is mijn gedachte: elk van de grote opgaven die begin 2021 voor ons liggen te gaan beschouwen als een Oriënt Express is de idee. De eerste trein reed in 1883 tussen London en Istanboel en was het initiatief van een ingenieur George Nagelmackers. Een baanbrekend concept, dat nu ook van toepassing kan zijn voor de lange reizen.

Hij had er de Nobelprijs voor Governance voor kunnen krijgen, maar die bestond toen nog niet. In het versnipperd Europa met staatjes en koninkrijken was elke kilometer van dat traject uit-onderhandeld met overheden, grondeigenaren, treinmaatschappijen, banken, beleggers en particuliere bedrijven.

Dat éne treinkaartje was administratief opgeknipt met toeslagen, verrekeningen en verdienmodellen voor elke kilometer. Een halve kapel vol met contracten, financieringsconstructen en overeenkomsten was nodig om deze reis mogelijk te maken.  Ook de locomotieven, de stations die aangedaan moesten worden, de diversiteit aan spoorbreedtes, landschappen, bergen, rivieren en dalen en de te verwachten weersomstandigheden.

Welnu in 2021 stappen wij opnieuw op. Een reis tussen nu (fossiele energie) naar 2050 (duurzame energie). Een reis van een generatie. Op weg naar een leefbare wereld voor mijn kleinkinderen Sam, Sebas en Equoia. Zo concreet en simpel is het. Ik heb mijn eerste Legotrein al gekocht, om te oefenen… met hen natuurlijk…

Wie wordt de nieuwe George Nagelmackers van de Energietransitie of van de Circulaire Economie? Allemaal en tegelijkertijd verkennen, sleuren, sleutelen, bouwen en onderhandelen kan niet. Coördinatie is nodig. 

In het concept van de Oriënt Express liggen de verbindingen naar de nieuwe zo gewenste systeemsturing besloten. Het herbergt de contouren van een nieuwe aanpak.

*Deel afscheidslezing te Breda op 19 maart 2021 door Jack Kruf.

Het kraakt en het piept

In de historie van Nederland is dit toch een bijzonder moment. Wij, rijk land, staan er financieel helemaal niet zo goed voor. Gemeenten raken in de problemen. De redenen zijn ook indrukwekkend. Kern: overheden schuiven elkaar taken toe en brengen elkaar daarmee financieel in de problemen. Die ene overheid is een fictie, zo blijkt.

De multi-level governance, ooit geïntroduceerd als het ei van Columbus, is niet werkend. Vanuit mijn internationale contacten weet ik, dat het naar ‘beneden’ duwen van bezuinigingen van regeringen naar gemeenten een patroon is dat in heel Europa voorkomt en de laatste 20 jaar gebruik is geworden.

Het rapport van BMC (19 maart 2021) voor de VNG spreekt boekdelen. De genoemde fysieke risico’s voor de nabije toekomst echoën die van het Global Risks Report 2021 en maken dat zij dichtbij komen:

  • Nationale belangen onvoldoende geborgd in lokaal ruimtelijk beleid.
  • Schadelijke gevolgen voor mens, dier en plant als gevolg van (slechte) luchtkwaliteit, calamiteiten, verkeers(on)veiligheid.
  • Toenemende bezuinigingen door verminderd gevoel van eigenaarschap door afstand.
  • Bijdrage Klimaatakkoord (CO2-doelstellingen e.d.) niet gerealiseerd.
  • Vertraagde planvorming, onvoldoende afgestemd.
  • Oplopende kosten voor inzet van kennis (te weinig gedeeld).
  • Afnemend draagvlak voor besluiten.
  • Afnemende ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid stedelijk en landelijk gebied.
  • Woningbouwdoelstelling niet gerealiseerd en lange wachtlijsten huurwoningen.
  • Dienstverlenende rol (vergunningverlening) onder druk (snelheid en kwaliteit).
  • Afnemend draagvlak voor besluiten.

Deze beelden herhalen zich al jaren en het wiel draait dieper en dieper in het zand. De politiek lijkt maar te willen blijven stapelen en raakt meer en meer losgezongen van een werkelijkheid die realiseerbaar en haalbaar is, qua capaciteit, kennis, mensen en financiën.

Omdat wij in een democratisch bestel leven is het dus de hoogste tijd om bestuurders te kiezen die oog hebben voor realiteitszin en vooral beschikken over organiserend vermogen. De som van onze overheden komt meer en meer in de problemen, en wij weten, dat leidt tot ontwrichting.

Een les van Cézanne

Interieur_de_foret_par_Paul_Cezanne_Yorck

Cézanne, P. (1898-1999) Intérieur de Forêt [Oil on canvas]. San Francisco: Fine Arts Museums of San Francisco.


Een blik op het interieur van een organisatie kan inzicht geven hoe zij er echt bijstaat. Zij dient in overheidsland de democratische principes van transparantie, rechtmatigheid, verantwoording en aansprakelijkheid richting de burger. Zij kan ex ante zijn, maar ook ex post als gelijk welk bestuur verantwoording aflegt aan haar burgers of klanten in bijvoorbeeld een jaarverslag. Het is een vak omdat je moet weten welke indicator iets zegt over wat. Het oog moet precies zijn, de kennis voor uitleg en interpretatie aanwezig.

Een voorbeeld van een voortreffelijke blik op een interieur, in dit geval van een bos in het Parc du Château Noir in de provincie Aix-en-Provence door Paul Cézanne – onderweg tussen impressionisme en kubisme. Het kan dienen als illustratie hoe essentieel en verfijnd die blik kan zijn.

Dit schilderij is één van de meesterwerken hier gemaakt. De serie wordt wereldwijd geroemd om haar precisie in sfeer, atmosfeer en kleurstelling. Het zijn als ware transecten, doorsneden, die ons vertellen in welke fase het bos zich bevindt, hoe oud het bos is, hoe haar structuur, welke boomsoorten er groeien en hoe de groeiomstandigheden zijn.

Kan het een inspiratie zijn om voortaan (naast een woordenpalet) een kleurenpalet toe te voegen aan elk jaarverslag? Met één blik het interieur vangen. Indien zo, laat dan Cézanne dé inspirators zijn, de meester van de diagnose.

De boom en het rizoom

Dit essay De boom en het rizoom handelt over een zoektocht naar het begrip van het eigen systeem van menselijk handelen. Samenleving enerzijds, overheid anderzijds, hun werking en rollen worden bekeken en als het ware ‘afgetast’ in het licht van onderdelen van het natuurlijke ecosysteem. Het gekozen vertrekpunt wordt daarbij gedaan dat de samenleving een rizoom is en de bureaucratie een boom.

Van der Steen et al. (2010, p. 3): “Een toenemend aantal problemen en vraagstukken waarvoor de overheid zich geplaatst ziet – of verantwoordelijk wordt gehouden – heeft het karakter van een ‘netwerkprobleem’: een groot aantal partijen is betrokken, met uiteenlopende waarden, visies en belangen, met een fragmentatie van macht en verantwoordelijkheid, zonder dat er één actor is die eigenstandig tot een oplossende interventie kan komen…

Van het openbaar bestuur, en van bestuurders, wordt verwacht dat zij er in slagen om op complexe dossiers voortgang te boeken en tot succesvolle interventie komen. De vraag is dan hoe, gegeven de complexiteit van de problematiek, overheidsorganisaties toch tot ‘beleidsrealisatie’ kunnen komen…

De zoektocht in dit essay is er vervolgens op gericht om sturingsprincipes te formuleren die wel passen in het contingentieprincipe en om daarbij ook weer te geven hoe dat organisatorisch in structuren en competenties invulling kan krijgen. Dat is temeer relevant, omdat wij tevens betogen dat het merendeel van de werkelijk knellende problematiek zich in dit deel van de samenleving bevindt: de meest urgente en knellende problemen zijn netwerkproblemen. De meest belangrijke en noodzakelijke sturing is netwerksturing.”

Op pagina 10 formuleren de auteurs: “Een rizoom is in letterlijke zin een veelal horizontaal vertakte wortelstructuur, die niet te herleiden is tot één hoofdtak of tot één plant aan de oppervlakte, maar bestaat uit ondergronds voortwoekerende worteltakken waartussen steeds nieuwe verbindingen kunnen ontstaan”, op pagina 11 gevolgd door: “Als we de samenleving voorstellen als een rizoom, begrijpen we hoe lastig het is voor overheden om samenlevingen te sturen of te ontwerpen. Ook begrijpen we dat een samenleving als een rizoom in staat is allerlei spontane verbindingen tot stand te brengen – aan de ene kant mooie innovaties op de arbeidsmarkt, maar aan de andere kant ook minder aangename ontwikkelingen zoals cybercrime of hedendaags terrorisme. Een samenleving is niet ontworpen, is geen organisatie, is niet logisch opgebouwd, is geen orgaan.”

Het essay is in mijn ogen, ik spreek als Wagenings bosecoloog, een vorm van beeldspraak die helpt om de complexiteit van de samenleving te beseffen, maar waarbij van vanuit principieel ecologisch oogpunt, met andere woorden vanuit het perspectief van het natuurlijk ecosysteem zelve de onderbouwing van de aannames van die beeldspraak wordt gemist. Met andere woorden, beschouwd vanuit de fundamentele wetenschap van de bosecologie, wellicht ook vanuit de trotse ‘persona’ van het bos zelve, is de onderbouwing van de gebruikte metaforen boom en rizoom een zaak voor nadere studie.

Interessant, dat moet gezegd, in dit betoog zijn de door de auteurs zelf gedefinieerde en geciteerde metaforen en daarbij gelegde associaties, met name omdat de verbinding met de natuur wordt gezocht als verklaring waarom zaken in de (openbare) besturing van de samenleving lopen zoals zij lopen.

Deze publicatie is één van die schaarse maar memorabele momenten in mijn ogen, waarin de bestuurskunde eindelijk lijkt terug te willen keren op het nest van waaruit zij ooit is uitgevlogen – op zoek naar vragen die zij maar niet beantwoord krijgt in de zoektocht naar de Heilige Graal van goed bestuur -, namelijk dat van de ecologie, van de wereld van Charles Darwin, Alexander von Humboldt, John Muir, Roelof Oldeman en Edward Wilson. De vraag evenwel is óf zij en, indien ja, onder andere welke condities en aannames de bestuurskunde wordt toegelaten. Dat wordt toch spannend, omdat zij op onderdelen vervreemd is geraakt van het ecosystemisch aspect van openbare besturing. Het essay illustreert de eerste tekenen van inzichten en verlangens hiertoe. Dat is mooi.

Dit voortreffelijke en frisse essay ademt impliciet het verlangen uit om terug te willen keren op het nest van haar moederwetenschap, de ecologie, op zoek naar antwoorden. Ik weet niet of de auteurs zich hiervan bewust zijn. Dat geeft ook niet. Het essay opent in elk geval nieuwe deuren voor onderzoek om te begrijpen wie wij zijn en waartoe wij op aarde zijn.

Bibliografie
Steen, M. van der, Peeters, R. en Twist, M. van (2010) Overheidssturing in een Netwerksamenleving. Den Haag: Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

25 jaar Risicomanagement

“Medio augustus publiceerden Eric Frank en Jack Kruf het e-book ‘Publiek Risico: Essays’, over de ontwikkeling van publiek risicomanagement in de afgelopen 25 jaar. Deze bloemlezing representeert de zoektocht naar meer kwaliteit van bestuur en management in ruim twee decennia, vanuit het perspectief van de samenstellers. 

De bundeling van 75 essays is geschreven door een keur aan auteurs; de twee curatoren zijn aanvullend in kennis en ervaring. In dit interview met Eric Frank en Jack Kruf gaan zij in op de achtergronden van het boek. Beiden benadrukken dat de auteurs van de essays het eigenlijke werk hebben gedaan.

Eric Frank heeft zijn basis liggen in het bankwezen, terwijl Jack Kruf is opgegroeid in het domein van gemeenten en provincies. Complementaire achtergronden dus. Zij beschikken over een aanvullend palet van kennis en ervaring. Frank heeft in het kader van public affairs in en rondom het bankwezen in de publieke sector en bij BNG Bank in het bijzonder veel van doen gehad met besturingsvraagstukken in het algemeen en risicomanagement in het bijzonder.

Hij constateerde dat risicomanagement verre van goed is georganiseerd. Kruf heeft als gemeentesecretaris en interimmanager bij gemeenten en provincies gemerkt dat het landschap van raamwerken, methoden en technieken die het bestuur en management kunnen helpen bij het scherp aan de wind zeilen, zeer versnipperd was en eigenlijk nog steeds is. De ervaringen en inzichten vormden in de vorm van het publieke domein, het management van de stad, een soort gemeenschappelijke deler. Waar zit die overlap precies? En wat drijft jullie beiden?

De gemeenschappelijke deler ligt in hun buitengewone interesse voor: goed bestuur, verantwoordelijkheid dragende bestuurders, beslissers en managers; met plannen die bijdragen aan goede uitvoering van publieke taken; en in gedegen verantwoording van bestuur aan de burger/belastingbetaler/kiezer.

Eric Frank: ‘De omgang, integriteit, visie, duurzaamheid en betrokkenheid inzake het publieke domein vind ik een zaak van het grootste belang.’ Jack Kruf: ‘Mijn drijfveer is bij te dragen aan het als van zelfsprekend besturen en managen – vanuit het perspectief van rentmeesterschap – van het maatschappelijk, sociaal en natuurlijk erfgoed.'” Lees meer

De Dag van de Stad

Machu

Kruf, J.P. (2006). Smart City, Peru, Machu Picchu.

Volgende week maandag is De Dag van de Stad. Lijnen worden samengebracht, publieke waarden en uitdagingen belicht vanuit diverse functies, perspectieven en lagen van de stad. De dag gaat in mijn ogen over de behoefte aan en de zoektocht naar een meer Integrale en holistische benadering van stedelijke sturing. Ik noem die voor het gemak New City Governance. Een mooie dag in het vooruitzicht.

De New City Governance, so to speak, ligt eigenlijk al jaren voor als thema. Als gemeentesecretaris was er permanent de insteek om belangen van de stad zelve, haar burgers, doelgroepen, maatschappelijke organisaties, politieke partijen en ministeries (bolwerken van segmentatie) af te stemmen en te koppelen.

De benadering vanuit de concepten zoals smart city en city resilience in de afgelopen decennia zijn voorlopers, maar missen de harde componenten van governance, sturing en navigatie. Het is veel inhoud dat voorbij komt. De kern van de overall sturing wordt niet of nauwelijks aangeraakt. De huidige segmentatie en fragmentatie van die sturing vraagt om nieuwe wegen, willen wij verder komen. Er is een doorbraak in het denken nodig.

Deze nieuwe benadering is er dus nog niet, zeker politiek niet, omdat vanuit het perspectief van macht en invloed (cfr. Machiavelli) de feiten inzake kwaliteit en focus van het openbaar bestuur zich anders dan integraal tonen in mijn ogen. Ook wetenschappelijk zijn wij nog niet zover. Het landschap hier is ernstig versnipperd. Er is geen wetenschap die luistert naar de naam civitologie (mijn gedachte, ben ik nu een bedenker?).

De New City Governance van het ecosysteem stad – Ecosystem City® en Civitas Naturalis – staat in de kinderschoenen en is in mijn ogen de grootste uitdaging voor de komend decennia. De toegepaste wetenschap en gedachtenontwikkelingen met betrekking tot de Sustainable Development Goals – met name noem ik SDG 11 (Sustainable Cities and Communities), SDG 16 (Peace, Justice and Strong Institutions) en SDG 17 (Partnerships for the Goals) -bieden uitgangspunten, drivers en handvatten. Het is een proces in ontwikkeling. Het wordt een boeiende ontdekkingstocht.

De implementatie van New City Governance vraagt om de keuze om niet het systeem centraal te stellen, maar de doelgroep, de  kwestie  c.q. het voorliggend vraagstuk. En dat is een spannende. Het vraagt om een paradigma-shift in governance, om een systeemsprong.

Ik moest denken aan de blootgelegde lessen van Machu Picchu, waar dit alles al aanwezig was, maar door de tijd in vergetelheid is geraakt. Ons bezoek in 2006 was werkelijk overweldigend. Als gemeentesecretaris Roosendaal en voormalig directeur Stedelijke Buitenruimte Breda was dit smullen. Ik was er niet meer weg te slaan, om het maar simpel te zeggen. Heb menig boek erover verslonden. Vooral de Lost City of the Incas. The Story of Machu Picchu and its Builders ging er in als koek. Deze stad kende integrale sturing. Machu Picchu, een voorbeeld, een rolmodel.

Van Ruisdael dag

ruisdael_d-scaled

Jacob van Ruisdael (1670). Wheat Fields [Oil on canvas, 100 x 130.2 cm]. New York: Metropolitan Museum of Art.

Een luchtje scheppen is goed, zeker na een week CNN #ElectionDay. Ik moest denken aan mijn laatste bezoek aan New York, toen ik oog in oog stond met deze Van Ruisdael (met daarna een rondje Central Park). Het is vandaag de combinatie van het gevoel van deel zijn van een veel groter geheel, uitwaaien, op adem komen, een frisse neus halen en reflectie. Het is vandaag, zondag ook, een echte Van Ruisdael-dag.

Ridder Equoi

Kruf, J.P. (2017). Equoi ©

“Ik ben Equoi. Vandaag ben ik ridder en verdedig ik de goede zaak van democratie. Ik sta voor besturen (Governance) in verbinding (Connect).”