Composition VIII: De expressiekracht van Wasilly Kandinsky

Wasilly Kandinsky

Het publieke domein kan worden beschouwd als het stedelijk canvas dat plaats biedt aan een samenspel van burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties, overheden en de omringende omgeving. Of ook als de dynamiek van rijk geschakeerde beelden en geluiden. 

De dynamiek van het publieke domein zou in ‘Composition VIII’ door Wassily Kandinsky in 1923 tot leven kunnen zijn gebracht. Hij was er in zijn wezen op gericht een abstracte taal te ontwikkelen die sterke emoties kon oproepen net zoals de muziek dat kon doen: “Form itself, even if completely abstract … has its own inner sound,” schreef hij.

Kandinsky was op zoek naar een universele harmonieleer in de visuele kunsten, dat aan de basis van elk werk zou moeten liggen. Een haast mystiek geloof dat werd versterkt door overtuigende innerlijke kracht van de schilder: “Color is the keyboard, the eyes are the hammers, the soul is the piano with many strings. The artist is the hand that plays, touching one key or another purposely, to cause vibrations in the soul.” (Kandinsky in Thornwillow republication)

Composition VIII (1923) Wassily Kandinsky

Bibliografie

Kandinsky, V. (2013) Effect of Color. Newburgh, NY: Thornwillow Press. A republication of Kandinsky, V. (1911) Concerning the Spiritual in Art.

Een les van Cézanne

Interieur_de_foret_par_Paul_Cezanne_Yorck

Cézanne, P. (1898-1999) Intérieur de Forêt [Oil on canvas]. San Francisco: Fine Arts Museums of San Francisco.


Een blik op het interieur van een organisatie kan inzicht geven hoe zij er echt bijstaat. Zij dient in overheidsland de democratische principes van transparantie, rechtmatigheid, verantwoording en aansprakelijkheid richting de burger. Zij kan ex ante zijn, maar ook ex post als gelijk welk bestuur verantwoording aflegt aan haar burgers of klanten in bijvoorbeeld een jaarverslag. Het is een vak omdat je moet weten welke indicator iets zegt over wat. Het oog moet precies zijn, de kennis voor uitleg en interpretatie aanwezig.

Een voorbeeld van een voortreffelijke blik op een interieur, in dit geval van een bos in het Parc du Château Noir in de provincie Aix-en-Provence door Paul Cézanne – onderweg tussen impressionisme en kubisme. Het kan dienen als illustratie hoe essentieel en verfijnd die blik kan zijn.

Dit schilderij is één van de meesterwerken hier gemaakt. De serie wordt wereldwijd geroemd om haar precisie in sfeer, atmosfeer en kleurstelling. Het zijn als ware transecten, doorsneden, die ons vertellen in welke fase het bos zich bevindt, hoe oud het bos is, hoe haar structuur, welke boomsoorten er groeien en hoe de groeiomstandigheden zijn.

Kan het een inspiratie zijn om voortaan (naast een woordenpalet) een kleurenpalet toe te voegen aan elk jaarverslag? Met één blik het interieur vangen. Indien zo, laat dan Cézanne dé inspirators zijn, de meester van de diagnose.

Van Ruisdael dag

ruisdael_d-scaled

Jacob van Ruisdael (1670). Wheat Fields [Oil on canvas, 100 x 130.2 cm]. New York: Metropolitan Museum of Art.

Een luchtje scheppen is goed, zeker na een week CNN #ElectionDay. Ik moest denken aan mijn laatste bezoek aan New York, toen ik oog in oog stond met deze Van Ruisdael (met daarna een rondje Central Park). Het is vandaag de combinatie van het gevoel van deel zijn van een veel groter geheel, uitwaaien, op adem komen, een frisse neus halen en reflectie. Het is vandaag, zondag ook, een echte Van Ruisdael-dag.

Laan van Meerdervoort

Langbroek, C (1921). Laan van Meerdervoort. Den Haag.

Dit impressionistisch schilderij hing bij mijn grootvader in Den Haag in de voorkamer boven zijn stoel. Een familiestuk. Ik ben er mee opgegroeid. Het zit in mij. De Laan van Meerdervoort, getooid in de bijzondere herfstkleuren van de statige beukenlaan van toen.

 

De gave van Gauguin

Paul Gaugain (1888), La Vision après le sermon. Edinburgh: National Gallery of Scotland.

Wat hebben kunstenaars en bestuurders gemeen? Op het eerste gezicht niet zoveel, althans in de meeste gevallen. Maar bij het lezen van het boek Dat kan mijn kleine zusje ook door Will Gompertz (voormalig directeur Tate Gallery), dat handelt over begrip voor moderne kunst (met als startpunt de impressionisten), blijkt toch een verrassende parallel. Wij citeren (p. 89):

“Wat hij (Paul Gauguin, red.) wél bezat – en wat  alle grote kunstenaars bezitten – was het vermogen om op een unieke manier universele ideeën en gevoelens over te brengen. Om daartoe in staat te zijn moet het talent van het individu meestal de tijd krijgen om een eigen, herkenbare stijl te ontwikkelen. Als dat eenmaal gebeurd is en de schilder zijn of haar eigen stemgeluid gevonden heeft, kan er een gesprek met de toeschouwer plaatsvinden. Er worden dan aannames mogelijk en er kan een relatie ontstaan. Gauguin bereikte dat stijlkenmerk in een opmerkelijk korte tijd, en dat bewijst zijn vakbekwaamheid en intelligentie.”

De snelle oriëntatie, het ontwikkelen van de eigen stijl, het eigen authentieke stemgeluid vormgeven zijn de gaven van Gauguin. Zij komen overeen met wat goede bestuurders in de relatief korte bestuursperioden van vier jaar ook te doen hebben. Net als hebben zij beperkte tijd om te binden met hun omstanders, burgers, bedrijven en instellingen, eigenlijk met de samenleving. Wat Gompertz hier schrijft zou hij ook geschreven kunnen hebben voor bestuurders.

Waar ligt de kern van de gave van Gauguin? Gompertz licht op p.86 een tipje van de sluier op – een deel aan de hand van La Vision après le sermon (1888), te zien op de afbeelding hierboven – wat het volgens Gauguin zelf was:

“Hij (Paul Gauguin, red.) was tot de conclusie gekomen dat het de impressionisten aan intellectueel doorzettingsvermogen ontbrak. Ze konden niet verder kijken dan de werkelijkheid zich voor hun ogen ontrolde. Hun rationalistische kijk op het leven beroofde hun schilderijen van de belangrijkste ingrediënt: verbeeldingskracht.”

Paul Gauguin is naar het oordeel van de Heren van Oranje een verrassende en inspirerende leermeester voor bestuurders en managers: verbeeldingskracht als gave en factor voor het leggen van verbindingen.

* Will Gompertz (2012), Dat kan mijn kleine zusje ook: Waarom moderne kunst kunst is. Meulenhoff, Amsterdam, 464 pp.